Hof 's-Hertogenbosch 23 maart 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AT6392
Belanghebbende werkte op duwboten die eigendom waren van de rederij C B.V. te S. C B.V. beschikte over een vergunning als bedoeld in artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit accijns (hierna: het Besluit). Een deel van de accijnsgoederen is niet gebruikt aan boord van schepen in het verkeer naar een andere lidstaat, doch in Nederland door belanghebbende zelf verbruikt, of doorverkocht aan derden. De Inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de vrijstelling, bedoeld in artikel 66a, lid 1, letter a, van de Wet, niet van toepassing is. Ter zake van het voorhanden hebben van de afgenomen hoeveelheden accijnsgoederen heeft hij belanghebbende in de heffing van accijns betrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl