Hof 's-Hertogenbosch 25 maart 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AT5063
Uit dit een en ander leidt het hof af dat de inleggers door de verdachte tezamen met één of meer van zijn ondernemingen een rad voor ogen is gedraaid en dat zij opzettelijk door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels zijn bewogen tot de afgifte van geld, en voorts dat het oogmerk van verdachte en zijn onderneming(en) mede daarop gericht was en dat hij daarmee zichzelf en/of zijn onderneming(en) wederrechtelijk beoogde te bevoordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl