Hof 's-Hertogenbosch 23 maart 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AT3979
Nu reeds eerder is vastgesteld dat het niet doen terugkeren van [naam dochter] naar Italië is aan te merken als ongeoorloofd in de zin van art. 3 HKOV en geen van de weigeringsgronden van het Verdrag aanwezig zijn, is het hof met de rechtbank van oordeel dat het inleidend verzoek van de Centrale Autoriteit tot teruggeleiding dient te worden toegewezen. De bestreden beschikking van de rechtbank kan derhalve tot zover worden bekrachtigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl