Hof 's-Hertogenbosch 1 maart 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AS9442

Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat de vraag of aan het niet bekend maken van de identiteit van de informant consequenties moeten worden verbonden zich niet voor beantwoording in kort geding leent. Dit in het bijzonder omdat het enkele feit van het niet onthullen van de identiteit nog niet zonder meer de conclusie rechtvaardigt dat [geïntimeerde] een onjuiste mededeling aan de schoolleiding heeft gedaan of, zoals [appellant] gezien de inhoud van zijn vordering onder b wil doen betogen, dat [geïntimeerde] de betreffende mededeling zou hebben verzonnen. Bovendien heeft [geïntimeerde] het gestelde onrechtmatig handelen en de door [appellant] beweerde schade gemotiveerd betwist. Dat [appellant] jegens [geïntimeerde] aanspraak zal kunnen maken op schadevergoeding staat niet met een zodanig grote mate van waarschijnlijkheid vast dat toewijzing van enig bedrag ter zake bij wege voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen