Hof 's-Hertogenbosch 1 februari 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AS6717

Om te kunnen beoordelen (...) of de belanghebbende gehouden kan worden aan de van de overeenkomst deel uitmakende afspraak dat hij tegen de onderhavige navorderingsaanslag geen bezwaar en beroep zal aantekenen, dient de belanghebbende echter wel de mogelijkheid te hebben bij de Inspecteur bezwaar in te dienen en vervolgens, na een voor hem ongunstige uitspraak van de Inspecteur, de belastingrechter te adiëren. Indien dit niet mogelijk zou zijn, zou de belanghebbende zich moeten wenden tot de burgerlijke rechter. De burgerlijke rechter zou wellicht tot het oordeel kunnen komen dat de belanghebbende op grond van bijvoorbeeld bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling niet aan de overeenkomst is gebonden, maar de burgerlijke rechter dient in beginsel tevens uit te gaan van de juistheid van onherroepelijk vaststaande (navorderings)aanslagen, zodat de belanghebbende het door hem beoogde effect, vermindering van de navorderingsaanslag, bij de burgerlijke rechter niet zou kunnen bereiken. Mitsdien is het Hof van oordeel, dat de belanghebbende, ongeacht of hij aan de overeenkomst is gebonden of dat de Inspecteur niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zou handelen indien hij de belanghebbende aan de overeenkomst houdt, ontvankelijk is in zijn beroep en in zijn bezwaar, nu de belanghebbende ook overigens tijdig en regelmatig bezwaar en beroep heeft ingediend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen