Hof 's-Hertogenbosch 25 januari 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AS6710

Hersteluitspraak. Blijkens de hofuitspraak staat tussen de procespartijen vast dat de onderwerpelijke beroepstermijn aanving op 24 april 2001, dat belanghebbende het op 3 juni 2001 gedagtekende beroepschrift op 5 juni 2001 aangetekend ter post heeft verstuurd en dat het op 6 juni 2001 ter griffie van het hof is ontvangen. Anders dan evenwel in de hofuitspraak is overwogen, eindigde de wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift in casu echter niet op maandag 4 juni 2001, zijnde Tweede Pinksterdag, maar op dinsdag 5 juni 2001. Gelet op het vorenstaande is het onderwerpelijke beroepschrift voor het einde van de termijn ter post bezorgd en derhalve tijdig ingediend. Het beroep had dan ook niet niet-ontvankelijk behoren te worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl