Hof 's-Hertogenbosch 27 januari 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AS6403
Vervolg op het in deze zaak gewezen tussenarrest van 28 januari 2003 (LJN AS6390). Het hof komt (...) tot de slotsom dat Bending Trade in conventie niet heeft bewezen dat haar rol beperkt was tot het verzorgen van communicatie tussen [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 1], zonder dat zij een zelfstandige plicht had tot aflevering van de zaagmachine aan [geïntimeerde sub 1]. Bending Trade heeft scahdevergoeding gevorderd van geïntimeerden. Aan deze vorderingen is ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde sub 1] de met Bending Trade gesloten overeenkomst niet is nagekomen en dat nakoming inmiddels onmogelijk is geworden doordat [geïntimeerde sub 1] de zaagmachine rechtstreeks van [geïntimeerde sub 2] heeft afgenomen. [geïntimeerde sub 1] heeft als verweer tegen deze conventionele vorderingen aangevoerd dat zij de met Bending Trade gesloten overeenkomst op 24 maart 1997 althans 23 april 1997 heeft ontbonden wegens een tekortkoming van Bending Trade, bestaande uit het niet tijdig, dat wil zeggen op de overeengekomen finale datum 28 februari 1997, leveren van de zaagmachine. Vanwege deze tekortkoming van Bending Trade acht [geïntimeerde sub 1] zich niet gehouden om aan Bending Trade gederfde winst of wettelijke rente te vergoeden.
De uitspraak op rechtspraak.nl