Hof 's-Hertogenbosch 14 december 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AS6385

De weigering om mee te werken aan de bezichtiging op niet ter zake doende en ongeloofwaardige gronden (het hof onderschrijft dit oordeel van de kantonrechter) levert een ernstige inbreuk van de goede procesorde op, die zich bovendien niet leent voor herstel, ook niet in hoger beroep. Onherstelbaar onmogelijk gemaakt is immers dat de kantonrechter, die het - alleszins gerechtvaardigd en relevant - vond om de situatie ter plaatse op het moment van de comparitie in ogenschouw te nemen teneinde de feitelijke situatie op waarde te schatten, die situatie bij zijn oordeelsvorming betrekt. Bewijslevering achteraf kan deze belemmering niet wegnemen, noch herstel daarvan bewerkstelligen. Bovendien moet voor ogen worden gehouden dat de plaatsopneming en bezichtiging van artikel 201 Rv bewijs kan opleveren. Voorshands valt niet uit te sluiten dat [appellante] zal slagen in het eventueel aan haar op te dragen (tegen)bewijs. In dat geval moet worden geconstateerd dat door de onterechte weigering van [appellante] Volksbelang de mogelijkheid is onthouden om daartegen harerzijds tegenbewijs te leveren, te putten uit de bezichtiging en daaraan te ontlenen argumenten. [appellante] heeft mitsdien Volksbelang onherstelbaar in haar bewijspositie geschaad. Tegen deze achtergrond is de sanctie, die insluit dat [appellante] haar recht op bewijslevering verloren ziet gaan, gerechtvaardigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen