Hof 's-Hertogenbosch 23 november 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AS3086

Uitgangspunt is dat op [appellant] de bewijslast van het bestaan van een gebrek aan de auto rust. [appellant] heeft daartoe het expertiserapport van de ANWB van 19 november 2002 overgelegd, waarvan de conclusies luiden zoals hierboven in r.o. 4.1 weergegeven. [geïntimeerde] heeft het expertiserapport echter bestreden en gesteld, dat zij niet bij het onderzoek aanwezig is geweest en niet heeft kunnen bezien hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden. Gelet op het feit dat de ANWB als een gerenommeerd en in beginsel neutraal keuringsinstituut van auto's beschouwd kan worden is het hof van oordeel dat [appellant] voorshands met dit rapport heeft bewezen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde. [geïntimeerde] heeft echter terecht aangevoerd dat dit onderzoek buiten haar om heeft plaatsgevonden. Het hof zal [geïntimeerde] daarom toelaten tot tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat de auto door het hoge olieverbruik een gebrek had waardoor de auto niet beantwoordde aan hetgeen [appellant] daarvan op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen