Hof 's-Hertogenbosch 21 december 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AS2077
Nu er, gelet op hetgeen in rechtsoverweging 2.5 is overwogen, van moet worden uitgegaan dat Akzo niet op de hoogte was van de verontreiniging van haar bedrijfsterrein (het voormalige bedrijfsterrein van Stork incluis) met HCH, toen grond en puin werden afgevoerd in verband met verbouwingen en nieuwbouw, kan niet worden gezegd dat zij wat dat betreft bewust roekeloos heeft gehandeld. De Staat heeft immers desgevraagd tijdens het pleidooi niet ontkend dat het afvoeren van grond en puin om deze te gebruiken voor het opvullen of aanvullen van grond in de omgeving in de tijd waarin dat gebeurde (tussen 1954 en 1970) niet ongebruikelijk was. Op zich kan dan ook het feit dat bouwgrond en puin door of vanwege Akzo niet werd afgevoerd naar officiële stortplaatsen niet als onzorgvuldig, laat staan als roekeloos worden aangemerkt, nu een dergelijke afvoer - althans van grond en puin waarvan niet bekend was dat die verontreinigd was - geenszins ongebruikelijk was. Dat zou slechts anders zijn als bij dat afvoeren bij Akzo daadwerkelijk de wetenschap bestond dat die bouwgrond en/of dat puin waren verontreinigd met HCH, en dat heeft het hof nu juist niet bewezen geacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl