Hof 's-Hertogenbosch 14 oktober 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AR4388
De rechtbank heeft overwogen dat de gemeente ontvankelijk is in het inleidend verzoek en bepaald dat appellant aan de gemeente een verhaalsbijdrage verschuldigd is van € 150 per maand ten behoeve van door de gemeente aan het kind van appellant betaalde bijstand. Appellant meent in hoger beroep dat gemeente in 1e aanleg niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden, omdat de voorbereiding van het verhaalsbesluit en het besluit tot verhaal in rechte niet uitbesteed had mogen worden aan Mandaat BV. Het verzamelen en verwerken van vertrouwelijke gegevens behoort tot de kerntaken van de gemeente en mag niet uitbesteed worden, aldus appellant. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd. De betreffende besluiten zijn door bevoegden genomen en aldus rechtsgeldig. Slechts indien geoordeeld zou moeten worden dat door de uitbesteding van de voorbereidende werkzaamheden (zie art. 3:2 Awb) beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden, zodanig dat appellant onredelijk in zijn belangen is geschaad, behoort de gemeente niet-ontvankelijk te worden verklaard in het verhaal in rechte. Hiervan is echter in casu geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl