Hof 's-Hertogenbosch 23 juni 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ9835

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de volgende vragen: (1) Is de Verordening onverbindend omdat de Gemeente niet op controleerbare wijze heeft vastgelegd welke kosten zij via het heffen van de in geding zijnde leges wil verhalen? (2) Is de Verordening onverbindend omdat de geraamde baten van de afzonderlijke in geding zijnde leges de geraamde lasten overstijgen? (3) Is de Verordening strijdig met de in artikel 217 van de Gemeentewet gestelde eis dat het tijdstip van ingang van de heffing in de verordening moet worden vermeld, nu de leges worden geheven ter zake van het in behandeling nemen van de aanvraag? (4) Is de Verordening strijdig met het uit artikel 233a van de Gemeentewet voortvloeiende vereiste dat de wijze waarop de belastingschuld aan de belastingplichtige wordt bekendgemaakt in de verordening moet zijn bepaald? (5) Heeft belanghebbende recht op de vrijstelling voor verhuurders in de sociale woningsector, neergelegd in artikel 88 van de Woningwet en artikel 34 van het Besluit woninggebonden subsidies?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen