Hof 's-Hertogenbosch 29 juni 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ5633
Gelet op de gedetailleerde opgave van Verlascon in de producties waarnaar door haar verwezen wordt, ligt het op de weg van [geïntimeerde] om aan te geven welke door Verlascon genoemde vakantiedagen hij niet zou hebben genoten. Niet relevant is, of [geïntimeerde] die overzichten niet eerder zou hebben gezien, zoals hij in hoger beroep aanvoert. De bewering van [geïntimeerde] dat Verlascon bij ieder processtuk weer andere/nieuwe overzichten zou produceren waaruit zou moeten blijken dat zijn vordering onjuist is, ontslaat [geïntimeerde] niet van genoemde processuele verplichting, nu niet gesteld of gebleken is, dat die overzichten voor wat betreft het aantal genoteerde dagen niet consistent zijn. De bewering van [geïntimeerde] dat met die overzichten zou zijn geknoeid omdat er een grijze ondergrond te zien zou zijn waar de dagen zijn genoemd waarop hij vrij zou hebben gehad (hetgeen volgens Verlascon is veroorzaakt omdat zij deze met een stift heeft gemarkeerd), acht het hof eveneens een onvoldoende gemotiveerde betwisting van de in die overzichten genoemde vrije dagen. De bewering van [geïntimeerde] dat hij in heel 1998 en 1999 geen enkele vrije dag zou hebben gehad, wordt door hem in het geheel niet nader onderbouwd, noch biedt hij terzake gespecificeerd bewijs aan.