Hof 's-Hertogenbosch 8 juni 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ5632

Het hof is, alles afwegende, net als de kantonrechter van oordeel dat zich in deze zaak niet de situatie voordoet dat van Lijnbaan, bij redelijke afweging van haar belangen bij verlenging van de overeenkomst tegen de belangen van [geïntimeerde] bij beëindiging daarvan, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst eindigt. Het (financiële) belang dat [geïntimeerde] als eigenaar van het pand heeft om na 15 jaar zelf weer de exploitatie van het pand ter hand te nemen dient zwaarder te wegen dan het (eveneens financiële) belang dat Lijnbaan heeft bij voortzetting van het hoofdhuurderschap. Het hof acht in dit verband met name van belang dat Lijnbaan niet zelf de gebruiker van het pand is, maar de een tussenschakel tussen de eigenaar en de daadwerkelijke gebruikers. De belangen van die daadwerkelijke gebruikers zijn niet in het geding, omdat die belangen zijn gewaarborgd door het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst, respectievelijk de voortzetting van de bestaande huurovereenkomsten. Niet gesteld of gebleken is dat de huurbeëindiging van invloed zou zijn op de continuïteit van de onderneming van Lijnbaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen