Hof 's-Hertogenbosch 24 maart 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7625
Nu belanghebbende heeft aangevoerd dat hij met draaiende motor in een parkeervak op het station te Q stond te wachten en voorts niet is gebleken dat de tijd dat hij daar stond is gebruikt voor het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, dient de tijd dat belanghebbende aldaar in het parkeervak stond te wachten te worden aangemerkt als parkeren in zin van artikel 225, tweede lid van de Gemeentewet en artikel 1 van de Verordening. Het Hof verwerpt derhalve de grief van belanghebbende dat hij niet aan het parkeren was.
De uitspraak op rechtspraak.nl