Hof 's-Hertogenbosch 8 januari 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AO5108
Heeft een buitenlandse belastingplichtige inwoner van een lidstaat, bijvoorbeeld Duitsland, bij de berekening van zijn inkomen uit sparen en beleggen, op grond van het EG-recht, recht op toekenning door Nederland van het heffingsvrije vermogen en de heffingskorting voor de inkomstenbelasting, indien een buitenlandse belastingplichtige inwoner van een andere lidstaat, bijvoorbeeld België, bij de berekening van zijn inkomen uit sparen en beleggen recht heeft op deze voordelen op grond van een tussen Nederland en die andere lidstaat gesloten belastingverdrag, bijvoorbeeld artikel 25, paragraaf 3, van het Nederlands-Belgische Belastingverdrag en het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 21 februari 2002, nr. CPP 2001/2745, BNB 2002/164?
De uitspraak op rechtspraak.nl