Hof 's-Hertogenbosch 14 januari 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AO4922
Het onder 6.2 tot en met 6.5 vermelde systeem heeft naar het oordeel van de Voorzieningenrechter het gevolg dat ook in het voor verzoeker meest gunstige geval - te weten vernietiging van de hem opgelegde navorderingsaanslagen voor de jaren 1999 en 2000 bij de door de Inspecteur nog te nemen uitspraak op het door hem tegen deze aanslagen gemaakte bezwaar, danwel vernietiging van deze navorderingsaanslagen door het Hof in een eventuele bodemprocedure - de Inspecteur bij het afgeven van de onderhavige verklaring terecht met deze navorderingsaanslagen rekening heeft gehouden, nu deze navorderingsaanslagen op de te dezen van belang zijnde peildatum 1 oktober 2003 bestonden en een latere vernietiging van deze navorderingsaanslagen daarin geen verandering brengt, terwijl voorts naar het voorlopige oordeel van de Voorzieningenrechter niet kan worden gezegd dat de Inspecteur deze navorderingsaanslagen naar willekeur danwel tot willekeurige bedragen heeft opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl