Hof 's-Hertogenbosch 20 oktober 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AO1249
Tussen partijen is in geschil het antwoord op de volgende vragen. I Zijn de door de belanghebbende verrichte leveringen van de onder 2.4 bedoelde goederen op de voet van artikel 9, tweede lid, onderdeel a juncto post a 29, onderdeel b van de bij de Wet behorende Tabel I, onderworpen aan het verlaagde tarief? II Zo vraag I bevestigend moet worden beantwoord, kan dan de gehele omzet worden belast naar vorenbedoeld tarief? III Zo vraag I bevestigend en vraag II ontkennend moet worden beantwoord, kan dan een gedeelte van 62,37% van de omzet met betrekking tot de geleverde voorwerpen worden belast naar vorenbedoeld tarief? IV Zo vraag I ontkennend moet worden beantwoord, kan de belanghebbende aan het voor het boekenonderzoek van 27 mei 1999 gehouden gesprek van 23 april 1999 vertrouwen ontlenen dat de heer A als kunstenaar erkend wordt, waardoor de belanghebbende het verlaagde tarief kan toepassen op de door haar geleverde voorwerpen voor een gedeelte van maximaal 10% van de omzet met betrekking tot de geleverde voorwerpen?
De uitspraak op rechtspraak.nl