Hof 's-Hertogenbosch 18 november 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AO0346

Partijen zijn op 4 september 1992 in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Bij notariële akte van 13 augustus 1999 hebben partijen, vooruitlopende op de ontbinding van hun huwelijk, een regeling (hierna: het convenant) getroffen voor de financiële afwikkeling. De echtscheidingsbeschikking van 14 januari 2000 is op 23 maart 2000 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 4.1.2. De vrouw vordert in conventie het op 13 augustus 1999 door partijen ondertekende convenant nietig te verklaren, althans te vernietigen althans teniet te doen. De rechtbank heeft deze vordering gehonoreerd op grond van artikel 3:196 BW (benadeling voor meer dan een vierde gedeelte).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen