Hof 's-Hertogenbosch 14 oktober 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AM7927
Het gaat hier om een verzoek tot de verwerking van gegevens als bedoeld in de Wet op de bescherming van persoonsgegevens (WBP). Art. 8 onder f van deze wet bepaalt dat zulk een verzoek kan worden ingewilligd indien het noodzakelijk is voor het dienen van een gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke of een derde aan wie de gegevens worden verstrekt. Genoemde waarheidsvinding is als zulk een belang aan te merken. De noodzaak tot het dienen van dit belang is in deze fase waarin niet bekend is wat ieder van de getuigen kan verklaren niet onaannemelijk te achten en wordt daarom aangenomen. Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken werknemer prevaleert in dit geval niet, al daarom niet omdat het om gegevens gaat (naam, adres, woonplaats) die ook zijn opgenomen in het openbaar register van de gemeentelijke basisadministratie. Verstrekking van deze gegevens door Grodan aan Jongerius is derhalve in overeenstemming met art. 8 WBP.
De uitspraak op rechtspraak.nl