Hof 's-Hertogenbosch 19 juni 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AK3809

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de volgende vragen. 3.1.1. Is belanghebbende ontvankelijk in haar beroep? 3.1.2. Staat het bepaalde in artikel 23, lid 2, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: UR AWR) in de weg aan het opleggen van de onderhavige voorlopige aanslag? 3.1.3. Heeft belanghebbende nog wel belang bij het onderhavige beroep als de definitieve aanslag voor het onderhavige jaar onherroepelijk vaststaat? 3.1.4. Heeft de Inspecteur artikel 23a van de Wet terecht en op de juiste wijze toegepast?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen