Hof 's-Hertogenbosch 14 april 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AH8745
3.1. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of ter zake van de hiervóór genoemde auto's recht bestaat op vrijstelling van BPM op de voet van artikel 16 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (hierna: Wet BPM), nu die auto's in het tijdvak geheel of nagenoeg geheel zijn gebruikt voor het verrichten van openbaar vervoer of taxivervoer in de zin van de Wet personenvervoer. Belanghebbende is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. De inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl