Hof 's-Gravenhage 15 februari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV4044

De verdachte heeft met een veel hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan gereden en is zonder zijn snelheid te minderen een kruising genaderd. Het slachtoffer en haar vriendin waren op dat moment doende fietsend de kruising over te steken. De verdachte heeft de fietsers te laat opgemerkt en is, omdat hij door zijn hoge snelheid zijn voertuig niet tijdig tot stilstand kon brengen, tegen één van de fietsers aangereden. Het slachtoffer is ten gevolge van deze aanrijding overleden. Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie waaruit blijkt dat de verdachte eerder met justitie in aanraking is gekomen in verband met overschrijding van de maximum snelheid. Het hof houdt er ten gunste van de verdachte rekening mee dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep ervan blijk heeft gegeven dat hij de ernst van het feit en het door hem toegebrachte leed inziet én dat hij hieronder sinds het ongeval zeer gebukt gaat. Nu het hof - anders dan de advocaat-generaal - niet bewezen acht dat de verdachte - behalve zeer onvoorzichtig en onoplettend - roekeloos heeft gehandeld, komt het hof tot een relevant minder zware strafoplegging dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf van 240 uur. Voorts wordt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor drie jaren ontzegd en wordt zijn auto verbeurd verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen