Hof 's-Gravenhage 10 juni 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9432

Wat de verduistering en het medewerken aan verboden transacties zoals verdachte ten laste is gelegd betreft, acht het hof met name niet bewezen dat de in de tenlastelegging genoemde bedragen ter betaling van de daar vermelde facturen en ter uitvoering van de daar vermelde overeenkomsten, welke bedragen de verdachte met anderen en met een rechtspersoon/opdrachtnemer uit hoofde van hun beroep of persoonlijke dienstbetrekking onder zich hadden, wederrechtelijk zijn toegeëigend. Wat betreft het tenlastegelegde witwassen en de deelneming aan een criminele organisatie, acht het hof – gelet op het voorgaande - niet bewezen de essentiële delictsbestanddelen ‘afkomstig uit enig misdrijf’ respectievelijk ‘oogmerk tot het plegen van misdrijven’. Het hof spreekt dientengevolge de verdachte vrij van hetgeen haar is tenlastegelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen