Hof 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BP7491

Premie werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten Wfsv. Het besluit waarbij de hoogte van de uniforme premie wordt vastgesteld is een besluit van algemene strekking en geen voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 26 Awr waartegen bezwaar kan worden gemaakt en waarna tegen de uitspraak op dat bezwaar beroep en hoger beroep bij de belastingrechter mogelijk is. Ten aanzien van de toetsing van de in de Wfsv en andere wettelijke bepalingen zoals de Wet WIA neergelegde bepalingen met betrekking tot de gedifferentieerde premie, geldt dat bij de beoordeling of sprake is van een met artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM of artikel 1 van het Twaalfde protocol bij het EVRM strijdige ongelijke behandeling, die bepalingen niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen verbieden, doch alleen die welke als discriminatie moet worden beschouwd omdat een redelijke en objectieve rechtvaardiging ervoor ontbreekt. Bij de beoordeling van de tegen de hoogte van de gedifferentieerde premie aangevoerde grieven met betrekking tot het Besluit Wfsv dient te worden voorop gesteld dat slechts die bepalingen in het Besluit als in strijd met de Wfsv moeten worden geoordeeld waarvan moet worden geoordeeld dat de wetgever ze redelijkerwijs niet op het oog kan hebben gehad. Het Hof is van oordeel dat de door de wetgever voor de invoering van premiedifferentiatie gehanteerde algemene argumenten berusten op redelijke uitgangspunten, zodat deze niet in strijd is met vorengenoemde verdragen. De besluitgever is de delegatiebevoegdheid van artikel 38, vierde lid, Wfsv niet te buiten gegaan met de in artikel 2.9 van het Besluit Wfsv gegeven regeling waarbij de WAO-uitkeringen worden betrokken bij de berekening van de opslag of korting. Van het stellen van afwijkende regels, als door belanghebbende betoogd, is geen sprake. De opslag op de gemiddelde premie is terecht vastgesteld i.v.m. het creëren van level playing field tussen private en publieke verzekeraars. Private verzekeraars verzekeren via het kapitaaldekkingsstelsel en de publieke verzekeraars via het omslagstelsel. Van ongelijke behandeling van gelijke gevallen is geen sprake, nu eigenrisicodragers een private verzekering zullen moeten afsluiten dan wel zelf de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor hun zieke werknemers moeten betalen, en de publiek verzekerde werkgevers niet. Het Hof vindt geen aanleiding om artikel 117b, derde lid, onder c, Wfsv (vangnetgevallen) onverbindend te verklaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen