Hof 's-Gravenhage 7 januari 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BP1548
Jeugdzaak. In casu is sprake van een zeer forse overschrijding van de redelijke termijn. Anders dan de rechtbank verklaart het hof het openbaar ministerie echter ontvankelijk in de vervolging. Vaste rechtspraak van de Hoge Raad is dat overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Uit het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2010, LJN: BL3228 kan worden afgeleid dat dit uitgangspunt ook geldt voor jeugdzaken. Het hof wijst de zaak terug naar de Rechtbank te Rotterdam, teneinde de zaak met inachtneming van 's Hofs arrest op de grondslag van de uitgebrachte inleidende dagvaarding te berechten en af te doen.
De uitspraak op rechtspraak.nl