Hof 's-Gravenhage 21 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5781
Inkomstenbelasting. Het salaris van belanghebbende van het EOB dient bij de berekening van de drempel voor de persoonsgebonden aftrek niet in aanmerking te worden genomen, nu dat salaris op grond van artikel 16, lid 1, tweede volzin, van het Protocol inzake voorechten en immuniteiten van de Europese Octrooiorganisatie is vrijgesteld van Nederlandse inkomstenbelasting. Het inkomen uit sparen en beleggen is terecht in de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting betrokken. Belanghebbende is niet vergelijkbaar met gevallen waarvoor in 2005 beleid werd gevoerd vooruitlopend op het aanvullende verdrag waarbij de niet-Nederlandse werknemers van het EOB worden geacht niet in Nederland woonachtig te zijn. Deze werknemers worden slechts in de inkomstenbelastingheffing betrokken voor zover het betreft in Nederland gelegen onroerende zaken, niet zijnde een eigen woning. Het Hof verwerpt het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl