Hof 's-Gravenhage 8 januari 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BL2236
In geschil is of voor de eenheden product die - naar onbestreden vaststaat - bij vergissing zijn uitgeslagen in verpakkingen van tien liter, niettemin aanspraak bestaat op vrijstelling van accijns als bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel b, Wa. Naar uit de feiten blijkt en belanghebbende in extenso aannemelijk heeft gemaakt, zijn evenwel de eenheden product zonder uitzondering overeenkomstig hun bestemming als reinigingsmiddel verbruikt en op generlei wijze voor menselijke consumptie aangewend. Daarmee staat vast dat het product is verbruikt op een wijze die volkomen overeenstemt met de in artikel 64, eerste lid, onderdeel b, Wa besloten doelstelling van de wetgever dat overige alcoholhoudende producten die niet voor menselijke consumptie zijn aangewend buiten de accijnsheffing blijven, waaruit volgt dat de eenheden product de accijnsvrijstelling deelachtig behoren te zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl