Hof 's-Gravenhage 20 oktober 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BK9658
Tussen partijen is in geschil of de Inspecteur terecht een correctie op de waarde van de aandelen heeft aangebracht, welke vraag door belanghebbende ontkennend en door de Inspecteur bevestigend wordt beantwoord. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de belastingplichtige voor de bepaling van de waarde van courante aandelen zelf een koersdatum in de week na het overlijden mag kiezen en dat bij haar gemachtigde in het telefoongesprek met de medewerker van de Belastingdienst het in rechte te honoreren vertrouwen was gewekt dat een zodanige waardering juist is. Voorts stelt zij dat het hoorverslag zodanig onvolledig is, dat de zaak opnieuw moet worden teruggewezen naar de Inspecteur, ten einde dat verslag te doen aanpassen. De Inspecteur heeft de standpunten van belanghebbende gemotiveerd bestreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl