Hof 's-Gravenhage 27 juni 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BE9425

Belanghebbende heeft in het onderhavige tijdvak aan haar werknemers, die van de zogenoemde 35%-regeling (de jaren 1999 en 2000) op basis van gepubliceerd beleid van de staatssecretaris van Financiën respectievelijk de 30%-regeling, zoals bedoeld in artikel 15a, eerste lid, onderdeel k, van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2001 tot en met 2003; hierna: de Wet) gebruik maken, woonruimte ter beschikking gesteld. Voor de meeste werknemers bleef dit beperkt tot de eerste twee maanden van het verblijf in Nederland. Aan een aantal werknemers, veelal op management- en directieniveau, werd gedurende langere tijd in woonruimte voorzien. Een deel van de werknemers heeft een woning in het buitenland aangehouden; een ander deel niet. Belanghebbende heeft het voordeel ter zake van het voorzien van in Nederland gelegen woonruimte niet tot het loon gerekend. Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de vergoeding van de (dubbele) huisvestingskosten als extraterritoriale kosten moeten worden aangemerkt, welke vraag belanghebbende ontkennend en de Inspecteur bevestigend beantwoordt.Voorts is in geschil of de boeten terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd, welke vraag belanghebbende ontkennend en de Inspecteur bevestigend beantwoordt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen