Hof 's-Gravenhage 27 juni 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BE9419
Tussen partijen is in hoger beroep uitsluitend in geschil of de opgelegde boeten terecht en tot het juiste bedrag zijn opgelegd, welke vraag door belanghebbende ontkennend en door de Inspecteur bevestigend wordt beantwoord. Het betreft voor meerdere jaren een vergrijpboete en een verzuimboete. Het Hof oordeelt dat het opleggen van de onderhavige vergrijpboete en de verzuimboeten geen schending van het ne-bis-in-idembeginsel oplevert nu de boeten voor verscheidene gedragingen zijn opgelegd. Het Hof heeft, daarbij acht slaande op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting, geen aanleiding gevonden om een hoger percentage dan 10 toe te passen v.w.b. de undue delay. Naar ’s Hofs oordeel bestaat er – in samenhang bezien met de connexe procedure bij partijen bekend onder nummer BK-07/00205 – daartoe verwijst het Hof naar ondermeer het arrest van de Hoge Raad van 7 april 2005, nr. 37 984, LJN: AO9006 – geen aanleiding tot een verdergaande vermindering van de opgelegde boete dan de rechtbank al heeft gedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl