Hof 's-Gravenhage 3 oktober 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BB8333
Nederlandse vader vraagt hier gerechtelijke vaststelling van zijn vaderschap ten aanzien van zijn in het buitenland wonende zoon die de buitenlandse nationaliteit heeft. Aangezien de vader zijn zoon in het buitenland kan erkennen (en de moeder de familieband ook in juridisch opzicht bevestigd wil zien) heeft vader onvoldoende belang om hier in Nederland met een beroep op het EVRM de gerechtelijke vaststelling te verzoeken. Geen noodtoestand die rechtvaardigt dat het lokale (buitenlandse) recht terzijde wordt geschoven.
De uitspraak op rechtspraak.nl