Hof 's-Gravenhage 6 februari 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ7997
Zaak Citibank-KPN in verband met faillissement KPNQwest. Citibank vordert als pandhouder van gefailleerde KPNQwest betaling door KPN van vorderingen van KPNQwest op KPN. Het hof verwerpt het beroep van KPN op verrekening met tegenvorderingen van haar op KPNQwest onder de overwegingen dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, hier niet (alleen) artikel 53 Fw, maar (tevens) artikel 6:130 lid 2 BW van toepassing is, en aan de voorwaarden van deze bepaling niet is voldaan. De vorderingen van Citibank als pandhouder worden (alsnog) grotendeels toegewezen, ook tegen de moeder KPN N.V op basis van een artikel 2:403 BW-verklaring. De vorderingen van Citibank op grond van de 'gewone' pauliana/onrechtmatige daad van KPN, bestaande in het door deze (beweerdelijk) onrechtmatig afdwingen van kortingen/verrekeningen van KPNQwest, worden echter afgewezen nu wetenschap van benadeling bij KPN niet is komen vast te staan, en verder, wat de pauliana betreft, omdat artikel 3:51 lid 2 BW en artikel 49 Fw daaraan in de weg staan, en, wat de onrechtmatige daad betreft, omdat Citibank ten tijde van die kortingen/verrekeningen nog geen pandhouder was, zodat het afdwingen daarvan niet onrechtmatig was jegens Citibank die immers niet voor de gezamenlijke schuldeisers van KPNQwest, maar alleen voor haarzelf (wegens 'gemist pandhouderschap') is opgekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 49 Fw
- Artikel 53 Fw
- Artikel 130 Fw
- Artikel 131 Fw
- Artikel 133 Fw
- Artikel 2:403 BW2
- Artikel 6:52 BW6
- Artikel 6:89 BW6
- Artikel 6:127 BW6
- Artikel 6:130 BW6
- Artikel 6:136 BW6
- Artikel 6:145 BW6
- Artikel 6:265 BW6
- Artikel 7:421 BW7
- Artikel 7:424 BW7
- Artikel 3:45 BW3
- Artikel 3:51 BW3
- Artikel 3:239 BW3
- Artikel 3:246 BW3