Hof 's-Gravenhage 31 maart 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:BC8577
Voldoening parkeerbelasting met niet-rekeninggebonden chipkaart was op zaterdag voor een niet-ingezetene van Nederland niet voldoende mogelijk. Dat is in strijd met de voorwaarden van artikel 1a van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. In beroep wordt de naheffingsaanslag vernietigd. De heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam heeft geen verkooppunt in Rotterdam van niet-rekeninggebonden chipkaarten genoemd dat op een voor belanghebbende zinvol tijdstip (bijvoorbeeld 's zaterdags vanaf 9.00 uur) geopend was. Het Hof houdt het er dan voor dat in de lokale situatie in feite geen verkooppunt van niet-rekeninggebonden chipkaarten beschikbaar was, zodat belanghebbende niet voldoende praktische middelen ten dienste stonden voor de voldoening op aangifte van de door hem verschuldigde parkeerbelasting. De heffingsambtenaar heeft niet gesteld dat belanghebbende redelijkerwijs uit de bewegwijzering in Rotterdam had moeten afleiden dat hij - niet beschikkend over een chipkaart - voor het parkeren van zijn auto slechts van een parkeergarage gebruik kon maken. Het door de heffingsambtenaar bedoelde alternatief biedt dan ook geen adequate oplossing voor het probleem waarvoor belanghebbende zich zag gesteld, namelijk dat hij zijn auto al had geparkeerd, dat daarmee het belastbare feit had plaatsgevonden, dat hij daardoor parkeerbelasting verschuldigd was geworden en dat hij deze niet kon voldoen omdat hij niet beschikte over een chipkaart. Het Hof acht hierbij van betekenis dat belanghebbende niet-ingezetene van Nederland is en dat bij de parkeerautomaten alleen kan worden betaald met chipkaarten die slechts in Nederland verkrijgbaar zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl