Hof 's-Gravenhage 13 oktober 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ0078
Beeindiging van de ISD-maatregel; geen behandelplan aanwezig en geen duidelijkheid verschaft door de AG wanneer een behandelplan zal zijn opgesteld. Het hof acht het niet aanleveren van de voor deze behandeling noodzakelijke stukken zozeer onzorgvuldig, en met voorbijgaan aan het belang van de veroordeelde bij een spoedige tenuitvoerlegging van de opgelegde maatregel, dat te dezen - ondanks het belang van de samenleving bij beveiliging tegen het handelen van de veroordeelde en hoewel de veroordeelde naar 's hofs oordeel hulp nodig heeft bij de behandeling van zijn persoonlijke problematiek - geen ander oordeel past dan dat de voorzetting van de tenuitvoerlegging van de oplegde maatregel moet worden beëindigd. De omstandigheid dat de veroordeelde tot op heden niet voldoende heeft willen meewerken aan de totstandkoming van een behandelplan, zoals door de advocaat-generaal aangevoerd, doet naar 's hofs oordeel aan het vorenstaande - gelet op de aard en het doel van de ISD-maatregel - niet af. Verzoek tot aanhouding van de zaakdoor de AG wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl