Hof 's-Gravenhage 11 juli 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AY8855
Effectenrecht. Koop aandelen die later waardeloos zijn geworden. Strijd met de artikelen 3 en 7 Wte leidt niet tot civielrechtelijke nietigheid. Beroep op dwaling en ontbinding contractueel uitgesloten en er is geen schadevergoeding wegens tekortkoming gevorderd. Gestelde onjuiste/onvolledige inlichtingen leveren geen onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW op omdat zij daarvoor niet van voldoende gewicht zijn en niet onafhankelijk van schending contractuele verplichting onrechtmatig is gehandeld. Ambtshalve onderzoek naar mogelijke toepasselijkheid van artikel 6:194 BW, maar daavoor is onvoldoende gesteld. Vordering van teleurgestelde koper wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl