Hof 's-Gravenhage 26 januari 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AV0466

Savanna motivering straf en maatregel Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de gebeurtenissen die hebben geleid tot de dood van Savanna zijn voorafgegaan door een langere periode van stelselmatige mishandeling, opsluiting en verwaarlozing, met name in de zin van het niet verstrekken van voldoende en adequate voeding. Door de wijze waarop de feiten zijn tenlastegelegd is het hof niet toegekomen aan een afzonderlijke bewezenverklaring van bedoelde stelselmatige mishandeling respectievelijk verwaarlozing. Het hof ziet deze voorafgaande gebeurtenissen echter als omstandigheden tegen de achtergrond waarvan met name het onder 1 bewezenverklaarde feit is gepleegd. Op de laatste dag van haar leven is het handelen van de verdachte, waarbij zij Savanna een washandje in de mond heeft geduwd, dit vervolgens met verband heeft vastgezet, waarna verdachte haar in hulpeloze en levensbedreigende toestand heeft achtergelaten, Savanna fataal geworden. Het overlijden van Savanna is onomkeerbaar. Het betrof een mensenleven in de meest kwetsbare vorm; een kind van nog geen 3,5 jaar oud. Een kind dat voor haar geestelijke en lichamelijke welzijn volledig afhankelijk was van met name haar moeder. Het korte leven van Savanna moet door het handelen van de verdachte gekenmerkt zijn geweest door pijn, onzekerheid, dreiging en angst als gevolg waarvan Savanna erg moet hebben geleden. De verdachte heeft later op de bewuste dag met haar partner het levenloze lichaam van Savanna omwikkeld met een deken en een douchegordijn, het in een zak gedaan en in de kofferbak van een auto gelegd waarmee zij vervolgens naar Holten zijn gereden. Feiten als de onderhavige roepen in de samenleving gevoelens van verontwaardiging, ontzetting en onbegrip op. Dit soort misdrijven rechtvaardigt daarom een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur. (...) De onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de hiervoor weergegeven overwegingen van de deskundigen -met name met betrekking tot de ernst van de stoornis en het gevaar dat de verdachte opnieuw tot soortgelijke delicten zal komen-, komt het hof tot het oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege eist. Daarnaast vorderen de door dit misdrijf geschokte rechtsorde en de ernst van de door de verdachte begane feiten dat, naast deze maatregel van terbeschikkingstelling, een gevangenisstraf van zes jaren met aftrek van voorarrest wordt opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen