Hof 's-Gravenhage 20 december 2005, ECLI:NL:GHSGR:2005:AY8847
Volmacht voor bankrekening. Broer krijgt volmacht van zus om geld van haar bankrekening op te nemen. De zus deelt de bank, maar niet de broer, mede dat zij de volmacht intrekt. Daarna neemt de broer nog bedragen van de bankrekening op. De bank stelt de zus schadeloos en vordert de bedragen van de broer terug op grond van onverschuldigde betaling. Het hof oordeelt op basis van technisch-juridische en praktische argumenten dat de volmacht alleen met rechtsgevolg kan worden herroepen door een aan de broer gerichte verklaring. Nu dat niet is gebeurd, is, ondanks de 'intrekking' jegens de bank, de volmacht aan de broer blijven bestaan en kan niet worden gezegd dat de bank zonder rechtsgrond heeft betaald. Ambtshalve onderzoek naar mogelijke toewijsbaarheid van de vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking, maar daarvoor is te weinig gesteld. Vordering van de bank wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl