Hof 's-Gravenhage 14 oktober 2005, ECLI:NL:GHSGR:2005:AU4467
Economische zaak, milieu, beschadigen in de zin van art 350 Sr, gekwalificeerde stroperij, strafmotivering, voorwaardelijke stillegging van de onderneming van de verdachte Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 en 5 bewezenverklaarde Met het uitrijden van - naar uit de bewijsmiddelen, bezien in het licht van Bijlage II behorende bij het Besluit gebruik meststoffen, blijkt: niet emissiearm aangewende - dierlijke meststoffen op grasland en bouwland wordt dat land naar het oordeel van het hof beschadigd in de zin van artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht, aangezien door een dergelijk gebruik van dierlijke meststoffen de bodem wordt verontreinigd dan wel aangetast. Strafmotivering De verdachte heeft opzettelijk dierlijke meststoffen niet emissiearm aangewend en daarbij schade toegebracht aan een perceel grasland van Natuurmonumenten. Voorts eigende verdachte zich aan Natuurmonumenten toebehorende gerst toe met behulp van een combine. Ook reed de verdachte dierlijke meststoffen niet emissiearm uit op een perceel bouwland van Natuurmonumenten en beschadigde dientengevolge dat met plantuien ingezaaide bouwland. De verdachte hield hierbij enkel rekening met zijn eigen belang en maakte daarbij grove inbreuk op de eigendommen van een ander. Daarnaast heeft verdachte zonder daartoe verleende vergunning bedrijfsafvalstoffen in zijn bedrijf gehad. Daardoor heeft hij het milieu in gevaar gebracht. Tevens heeft hij daarmee oneerlijke concurrentie aangedaan aan ondernemers die kosten hebben gemaakt om zich wel aan de vergunningsvoorschriften te houden. Teneinde de verdachte in te scherpen dat hij zich dient te conformeren met de in Nederland gestelde bepalingen, acht het hof een gevangenisstraf op zijn plaats, alsmede het opleggen van een geldboete. Daarnaast zal, ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten, als stok achter de deur, voorwaardelijk de bijkomende straf van de stillegging van de onderneming worden opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl