Hof 's-Gravenhage 19 januari 2005, ECLI:NL:GHSGR:2005:AS5766
Naar het oordeel van het hof kan niet worden bewezenverklaard dat de verdachte bij het lozen op het oppervlaktewater van de Westerschelde de toegestane N-totaal waarde van 10 mg/l in de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001 heeft overschreden. De WVO-vergunning, verleend door de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat op 4 mei 2001 onder nummer WVO 4080, is voor de verdachte van kracht geworden op 22 juni 2001. Artikel 4 (lozingseisen), eerste lid, van die vergunning houdt voor zover van belang zakelijk weergegeven in, dat het effluent van de RWZI Bath mag worden geloosd indien de waarde van N-totaal (gedefinieerd als som van NO3-N, NO2-N en Kjeldahl-N), berekend als jaargemiddelde concentratie op basis van volumeproportionele etmaalmonsters, 10 mg/l niet overschrijdt. In de vergunning is niet voorzien in een overgangsregeling voor het geval dat de vergunning niet op 1 januari van kracht wordt.
De uitspraak op rechtspraak.nl