Hof 's-Gravenhage 11 november 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AS3706
De gemeente stelt dat zij als gevolg van de handhaving van het kabelbed en als gevolg van onjuiste en onvolledige informatie van KPN over de ligging en eigenschappen van het kabelbed schade heeft geleden, bestaande uit kosten voor bouwkundige voorzieningen voor de handhaving van het kabelbed en uit kosten gemaakt in verband met de beweerdelijke nul-tolerantie van de kabels alsmede in verband met de hogere ligging van de kabels ter plaatse van een talud aan de zuidoost-zijde van het bouwperceel en het ontbreken van een fundering onder het kabelbed. Een bouwer is gehouden is zich geheel zelfstandig af te vragen welk effect zijn werkzaamheden op de omgeving kunnen hebben. Daarbij dient hij zich te realiseren welk type werkzaamheden hij gaat verrichten en dient hij onderzoek te doen naar de geschiktheid van de plaats waar dit zal gebeuren en de "bouwrijpheid" van de grond waarop de bouw zal plaatsvinden. Een bodemonderzoek en onderzoek naar de ligging van het kabelbed behoorde dan ook tot de taak van de bouwer, in casu de gemeente. Een en ander voor ook het ontbreken van een fundering onder het kabelbed. Het is een feit van algemene bekendheid dat in Nederland de bodem op veel plaatsen slap of drassig is en gemakkelijk in beweging kan worden gebracht. Veeleer mocht KPN ervan uitgaan, dat de gemeente als opdrachtgever voor de bouw hiernaar een zelfstandig onderzoek zou doen. Van onzorgvuldigheid zijdens KPN is geen sprake; het beroep op dwaling of onrechtmatige daad wordt in dit verband vergeefs gedaan. In casu had de gemeente niet alleen onderzoek moeten laten doen naar de als gevolg van de bouw te verwachten zetting, maar ook naar de zettingstolerantie van het kabelbed en daartoe eigen deskundige adviseurs moeten inschakelen, zoals KPN terecht stelt. Dit klemt temeer nu KPN die gegevens niet kon verschaffen. Dat KPN in dat verband uit voorzorg uitging van een nultolerantie kan bezwaarlijk onrechtmatig worden genoemd. Van - voor KPN tot een schadevergoedingsverplichting leidende - strijd met de wet is evenmin sprake. Partijen zijn immers nu juist van het in art. 5.7 lid 1 van de Telecommunicatiewet neergelegde beginsel afgeweken, terwijl ook (de gedachte van) de overeenkomst eerder wijst op de bereidheid van de gemeente om als opdrachtgever van de bouw bepaalde, met de realisering van de bouw gepaard gaande kosten voor KPN voor eigen rekening te nemen. Wat KPN echter wel kan worden tegengeworpen is het volgende. Volgens de overeenkomst komen de kosten van de bouwkundige voorzieningen in beginsel voor rekening van KPN. Vaststaat dat die kosten van (louter) de bouwkundige voorzieningen het bedrag van ¦ 250.000 overschrijden. Volgens de gemeente zijn deze vooralsnog op een bedrag van ¦ 440.000 te begroten. KPN betwist dit niet. Uit de houding die KPN in deze procedure inneemt - ook bij gelegenheid van pleidooi in hoger beroep was KPN tot geen enkele vorm van overleg over wat dan ook bereid - volgt dat KPN zich ten onrechte op het standpunt stelde en stelt, dat zij geen overleg meer behoefde te voeren over de vraag in hoeverre voormelde overschrijding voor haar rekening komt. Dat nu is onzorgvuldig tegenover de gemeente en levert een tekortkoming op aan de zijde van KPN in de uitvoering van de overeenkomst. Dat de gemeente daardoor schade lijdt, is gesteld en niet weersproken. De vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure is in zoverre ten aanzien van dit enkele punt voor toewijzing vatbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl