Hof 's-Gravenhage 22 september 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AR3097
Bij beschikking van 2 september 1998 is, op verzoek van de vrouw, de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind] bepaald op ƒ 250,- (€ 113,45) per maand. De man had geen verweerschrift ingediend en is ook niet ter zitting van de rechtbank verschenen. De rechtbank heeft derhalve bij het bepalen van de kinderalimentatie geen rekening kunnen houden met alle voor de betrokken beslissing in aanmerking komende gegevens en omstandigheden betreffende beide partijen. De Regionale Sociale Dienst kan derhalve op grond van artikel 98 lid 2 sub b ABW aan de rechter verzoeken een verhaalsbedrag vast te stellen in afwijking van de rechterlijke uitspraak van 2 september 1998. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de man geacht kan worden de door de Regionale Sociale Dienst verzochte verhaalsbijdrage van € 470,15 per maand te kunnen voldoen.
De uitspraak op rechtspraak.nl