Hof Leeuwarden 27 maart 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV9979
Veroordeling van verdachte ter zake van overtreding van artikel 6 WVW, terwijl het een ongeval betreft waarbij een ander wordt gedood en terwijl de schuldige onder invloed verkeerde, meermalen gepleegd, tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar, een werkstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 jaar, met aftrek. De verweren van de raadsman dat de resultaten van het bloedonderzoek van verdachte niet voor het bewijs gebezigd kunnen worden falen. Ten aanzien van verdachte waren voldoende aanwijzingen voor het in artikel 163, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde vermoeden dat verdachte onder invloed van een andere stof dan alcoholhoudende drank verkeerde. Daarnaast was de arteriële bloedafname bij verdachte in onderhavige zaak geoorloofd, nu op deze wijze de minst vergaande inbreuk op de lichamelijke integriteit van verdachte gemaakt werd. Van een schending van één van de strikte waarborgen omtrent het in artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde onderzoek is geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl