Hof Leeuwarden 24 januari 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV1944
De door de ontslagen directeur gevorderde vergoeding op grond van een gesteld kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen. Er is geen sprake van een valse reden in de zin van art. 7:681 lid 2 sub a BW. Gelet op de bijzondere positie van een directeur in een onderneming wordt ook de vordering voor zover gegrond op het gevolgencriterium afgewezen.