Hof Leeuwarden 24 december 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8952
Verdachte wordt vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde feit medeplegen van diefstal van stroom, nu niet bewezen is dat het enkele feit dat verdachte wist van de aanwezigheid van de hennepkwekerij onvoldoende is om bewezen te kunnen achten dat verdachte alleen of samen met een ander diefstal van elektriciteit pleegde dan wel zich aan heling daarvan schuldig maakte. Verdachte wordt ter zake van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 84 uren, subsidiair te vervangen door 42 dagen hechtenis. De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof een aantal verweren aangevoerd, inhoudende: - de anonieme tips die hebben geleid tot de machtiging tot binnentreden in de woning van verdachte onvoldoende verdenking van een strafbaar feit opleverden; - de machtiging tot binnentreden is onbevoegd afgegeven; - de machtiging tot binnentreden strekt niet tot doorzoeking nu deze is afgegeven op basis van artikel 9 van de Opiumwet, terwijl in casu wel sprake is geweest van doorzoeking; - de verklaringen van verdachte, afgelegd na aanhouding, dienen van het bewijs te worden uitgesloten, aangezien er sprake is geweest van een verhoorsituatie en verdachte niet is gewezen op haar recht een advocaat te consulteren (Salduz); - ten aanzien van de aangetroffen planten is er geen Narcotest uitgevoerd en dus is er geen bewijs dat deze planten (een van) de stoffen hebben bevat zoals vermeld in lijst II van de Opiumwet. Het hof verwerpt vier verweren als volgt: - de meldingen, zij het anoniem gedaan, zijn voldoende specifiek om de basis te vormen voor de machtiging binnentreden; - een machtiging tot binnentreden in de zin van de Algemene wet op het binnentreden was niet vereist, nu er geen sprake is van een woning; - van doorzoeking was geen sprake, gezien de omstandigheden, en dus is er geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim; - door meerder factoren in onderling verband te bezien staat het buiten twijfel dat het om hennepplanten als bedoeld in de Opiumwet ging. Het vijfde verweer van de raadsman treft doel: - het hof is met de raadsman van oordeel dat de verklaringen van verdachte, afgelegd na aanhouding, uitgesloten moeten worden van het bewijs.
De uitspraak op rechtspraak.nl