Hof Leeuwarden 11 maart 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BL8619
Tussen partijen is in geschil of: 1. de heffingsambtenaar bij het vaststellen van de aanslag in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel en/of het motiveringsbeginsel van artikel 3:2 respectievelijk artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb); 2. belanghebbende in het onderhavige jaar bij het bepalen van de door hem aangegeven vervuilingswaarde van het geloosde afvalwater in strijd heeft gehandeld met de voorschriften voor een juiste meting, monsterneming en analyse en zo ja, of de heffingsambtenaar op die grond terecht de aangifte heeft gecorrigeerd met 509 vervuilingseenheden; 3. belanghebbende ook recht heeft op aftrek van de vervuilingswaarde van het ingenomen oppervlaktewater voor zover dit water – na gebruik in het bedrijf – niet rechtstreeks is geloosd op oppervlaktewater (H), maar op de rwzi, die dit afvalwater na zuivering ervan vervolgens op H heeft geloosd.
De uitspraak op rechtspraak.nl