Hof Leeuwarden 24 november 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BK6130

[appellanten] hebben onvoldoende weersproken gesteld dat de litigieuze betaling van € 45.000,-- aan [geïntimeerde 1] en de litigieuze betaling van eveneens € 45.000,-- aan [geïntimeerde 2] als schenkingen zijn aan te merken, zodat het hof daarvan ook zal uitgaan. [appellanten] hebben zich voorts op het standpunt gesteld dat de erflaatster door bijzondere omstandigheden, zoals afhankelijkheid en abnormale geestestoestand, tot het doen van de litigieuze schenkingen is bewogen, terwijl [geïntimeerden] dit wisten of moesten begrijpen, en de schenkingen hebben aanvaard, ofschoon hetgeen zij wisten of moesten begrijpen hen daarvan had behoren te weerhouden. [appellanten] hebben het zich voordoen van bedoelde bijzondere omstandigheden onderbouwd met een beroep op onder meer de inhoud van de hiervoor in r.o. 1 onder (viii) tot en met (xii) aangehaalde stukken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen