Hof Leeuwarden 8 mei 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BI3383
Overtreding van artikel 107, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994. Namens de verdachte is aangevoerd dat hij ten tijde van de ten laste gelegde feiten wel in het bezit was van een Italiaans rijbewijs. Het hof overweegt hieromtrent, dat de betrokkene reeds vanaf 1994 zich in Nederland heeft gevestigd, zodat noch op grond van het bepaalde bij artikel 108, lid 1 aanhef en onder h (oud) juncto artikel 109 (oud) van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), noch op grond van artikel 108, lid 1 aanhef en onder h sprake is van een in Nederland geldig rijbewijs. Voorts is aangevoerd dat de inwisselverplichting gebaseerd op het bepaalde in artikel 108, onder h strijdig is met het uit het EU-recht voortvloeiende recht op vrij verkeer van personen. De Wegenverkeerswet 1994 is in zoverre onverbindend wegens strijd met het Europese recht. Het hof is van oordeel dat de berekening van de geldigheidsduur als weergegeven in artikel 108, eerste lid, aanhef en onder h WVW 1994 voldoet aan de vereisten van de Richtlijn 91/349/EEG, terwijl ook anderszins niet blijkt van strijd met die richtlijn of met de Richtlijn 2006/126/EEG (PB L403 van 30 december 2006) waaruit blijkt dat de EU-lidstaten elkaars rijbewijzen erkennen.
De uitspraak op rechtspraak.nl