Hof Leeuwarden 31 maart 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BI1389
et grief 2 komt [appellant] op tegen deze overweging. Uit de toelichting op de grief maakt het hof op dat [appellant] niet betwist dat het aan hem is om aannemelijk te maken dat IBG het formulier wel ontvangen heeft, maar dat hij meent dat hij aannemelijk kan maken dat IBG het formulier ontvangen heeft. [appellant] wijst er in dat kader op dat hij en zijn boekhouder vaker stukken hebben verstuurd naar IBG, dat IBG deze stukken wel heeft ontvangen, maar desalniettemin schrijft dat zij de stukken niet heeft. Hij verwijst daartoe naar correspondentie betreffende de vaststelling van zijn draagkracht voor het jaar 2008. Het hof volgt [appellant] niet in dit betoog. Zelfs indien uit hetgeen [appellant] heeft gesteld over de toezending van gegevens voor de vaststelling van de draagkracht over 2008 volgt dat deze gegevens bij IBG zoek zijn geraakt, betekent dat nog niet dat ook het formulier betreffende de draagkrachtmeting 2007 wel door IBG is ontvangen, maar vervolgens is zoekgeraakt. [appellant] heeft dan ook nog steeds niet aannemelijk gemaakt dat het formulier door IBG ontvangen is dan wel om een aan IBG toe te schrijven reden niet ontvangen is door IBG
De uitspraak op rechtspraak.nl