Hof Leeuwarden 15 april 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BI1152

Het eerste lid van artikel 10 van de Arbeidsomstandighedenwet (1998) bepaalt dat indien bij of in rechtstreeks verband met de arbeid die de werkgever door zijn werknemers doet verrichten in een bedrijf of een inrichting of in de onmiddellijke omgeving daarvan gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van andere personen dan die werknemers, de werkgever doeltreffende maatregelen neemt ter voorkoming van dat gevaar. De memorie van toelichting bij artikel 10 van de Arbeidsomstandighedenwet (1998) noemt bezoekers en voorbijgangers als voorbeeld van personen ten aanzien van wie de betreffende veiligheidsnorm zich uitstrekt. Gelet op de gebezigde bewoordingen betreft het hier geen limitatieve opsomming. Het ligt dan ook niet in de rede dat een matroos, niet zijnde een werknemer van verdachte maar wel werkzaam op het terrein van verdachte, niet onder de bescherming van voornoemde wet zou vallen. Het hof verwerpt het verweer. Verdachte wordt ter zake van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet (1998) veroordeeld tot een geldboete van € 2.375,-. Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met undue delay.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen